Uitspraak arbitragecommissie

Geplaatst op 05-03-2014

Klik hier voor de uitspraak van de Arbitragecommissie inzake een bezwaar van HYS Hokij Den Haag m.b.t. de halve finales Nederlandskampioenschap Eerste divisie.

Uitspraken tuchtcommissie d.d. maandag 24 februari 2014

Geplaatst op 25-02-2014

Naar aanleiding van de opgelegde Game Miconduct Penalty en Match Penalty aan de speler D. van Musscher - IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 – wordt de speler D. van Musscher wegens fysiek en verbaal wangedrag, maar geen verwonding of pijn jegens de scheidsrechter bestraft met een algeheel verbod om in enigerlei functie aan wedstrijden deel te nemen vanaf 24-02-2014 tot en met 30-11-2014.
Tilburg Trappers Toekomstteam vs IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 d.d. 01-12-2013.
Tegen de opgelegde straf staat beroep open bij de Commissie van Beroep door binnen 14 dagen na uitspraak (d.d. 24-02-2014) van de Tuchtcommissie schriftelijk beroep aan te tekenen bij het Bondsbureau van de N.IJ.B., onder gelijktijdige storting van het vastrecht.

Naar aanleiding van de opgelegde Match Penalty aan de speler R. Fritschij – IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 - is de Tuchtcommissie van oordeel dat de standaardstraf naast de door Amsterdam opgelegde straf volstaat.
IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 vs UNIS Flyers Heerenveen 2 d.d. 25-01-2014.

Naar aanleiding van de opgelegde Match Penalty aan de speler D. Roelvink – IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 – is de Tuchtcommissie van oordeel dat de standaardstraf naast de door Amsterdam opgelegde straf volstaat.
IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 vs UNIS Flyers Heerenveen 2 d.d. 25-01-2014.

Naar aanleiding van de opgelegde Match Penalty aan de speler D. Lam – IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 – is de Tuchtcommissie van oordeel dat de standaardstraf naast de door Amsterdam opgelegde straf volstaat.
IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 vs UNIS Flyers Heerenveen 2 d.d. 25-01-2014.

Naar aanleiding van de de massale vechtpartij waarbij de speler G. Themen – IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 – betrokken was, is de Tuchtcommissie van oordeel dat de door Amsterdam opgelegde straf volstaat.
IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 vs UNIS Flyers Heerenveen 2 d.d. 25-01-2014.

Naar aanleiding van de opgelegde Match Penalty aan de speler D. van Seijen – UNIS Flyers Heerenveen – is de Tuchtcommissie van oordeel dat de standaardstraf volstaat.

IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 vs UNIS Flyers Heerenveen 2 d.d. 25-01-2014.

Naar aanleiding van de opgelegde Match Penalty aan de speler S. Zeebregts – Tilburg Trappers 3 – wordt de speler S. Zeebregts wegens fysiek en verbaal wangedrag, maar geen verwonding of pijn jegens de scheidsrechter bestraft met een algeheel verbod om in enigerlei functie aan wedstrijden deel te nemen vanaf 26-01-2014 tot en met 31-12-2014.
The Outlaws Zoetermeer vs Tilburg Trappers 3 d.d. 26-01-2014.
Tegen de opgelegde straf staat beroep open bij de Commissie van Beroep door binnen 14 dagen na uitspraak (d.d. 24-02-2014) van de Tuchtcommissie schriftelijk beroep aan te tekenen bij het Bondsbureau van de N.IJ.B., onder gelijktijdige storting van het vastrecht.

De Tuchtcommissie heeft naar aanleiding van de opgelegde Game Miconduct Penalty en Match Penalty aan de speler N. de Jong – UNIS Flyers Heerenveen – tijdens de wedstrijd Herentals HYC vs UNIS Flyers Heerenveen d.d. 21-12-2013, besloten de zaak aan te houden. De speler is gerechtigd aan wedstrijden deel te nemen.

Uitspraken tuchtcommissie d.d. maandag 27 januari 2014

Geplaatst op 28-01-2014
De tuchtcommissie heeft naar aanleiding van de opgelegde Game Miconduct Penalty en Match Penalty aan de speler D. van Musscher - IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 , wedstrijd Tilburg Trappers Toekomstteam vs IJ.V. Amstel Tijgers anno 1963 d.d. 01-12-2013, besloten de zaak aan te houden en nadere verklaringen van de linesmen op te vragen. De speler is gerechtigd aan wedstrijden deel te nemen.

Uitspraak Commissie van Beroep d.d. woensdag 27 november 2013

Geplaatst op 27-11-2013

De Commissie van Beroep van de Nederlandse IJshockey Bond

Uitspraak van 27 november 2013

op het beroepschrift, gedateerd op 4 oktober 2013, van:

speler

tegen de uitspraak van de Tuchtcommissie van de Nederlandse IJshockey Bond van 27 september 2013 in de zaak tegen:

speler.

De beslissing

De Commissie van Beroep:

- vernietigt de beslissing van de Tuchtcommissie van 27 september 2013;

- legt betrokkene de sanctie op van uitsluiting tot 6 maart 2014.

Deze uitspraak is gedaan op 27 november 2013 door Mrs. Rousseau, voorzitter, Feith en Leysen, leden en ondertekend door de voorzitter.

Uitspraken tuchtcommissie d.d. maandag 25 november 2013

Geplaatst op 26-11-2013

De speler D. Vols - HIJS HOKIJ Den Haag - wordt vrijgesproken van de Match Penalty, omdat blijkens de verklaring van de getuige/slachtoffer er geen poging tot verwonding heeft plaatsgehad, maar een ongelukkige botsing.
Zoetermeer Panters U17 vs HIJS HOKIJ Den Haag U17 (openingstournooi "Red Eagles" 's-Hertogenbosch) d.d. 06-10-2013.

De Tuchtcommissie komt in zake de Match Penalty opgelegd aan de Assistent Coach W. Hepkema - Unis Flyers Heerenveen U17 - tot de conclusie dat Hepkema zich wel aan wangedrag heeft schuldig gemaakt, maar dat zijn bewoordingen door de scheidsrechters niet als daadwerkelijke bedreiging zijn ervaren.
In het kader van Fairplay en Respect wordt de Assistent Coach W. Hepkema bestraft met een schorsing van 3 wedstrijden wegens wangedrag waarin inbegrepen de twee wedstrijden op basis van de tuchtregeling gestandaardiseerde afdoening.
Het is de Assistent Coach W. Hepkema gedurende zijn schorsing verboden om in enigerlei functie aan wedstrijden deel te nemen.
Gijs Bears Groningen U17 vs Unis Flyers Heerenveen U17 d.d. 12-10-2013.

Scheidsrechter E. Bakker is door Vereniging Jeugdijshockey Nijmegen beschuldigd van het molesteren van een van de spelers van Nijmegen Devils U17.
De Tuchtcommissie heeft vastgesteld dat dit niet is gebeurd en spreekt scheidsrechter E. Bakker derhalve vrij.
Eindhoven Kemphanen U17 vs Nijmegen Devils U17 d.d. 12-10-2013.

De Tuchtcommissie stelt, inzake de opgelegde Match Penalty aan de Teamleider T. Willems - Nijmegen Devils U17 -, vast dat Willems zich schuldig heeft gemaakt aan geweld tegen de scheidsrechter (en nodeloos fysiek optreden tegen een speler) en bestraft Teamleider T. Willems met een algeheel verbod om in enigerlei functie aan wedstrijden deel te nemen vanaf 12-10-2013 tot en met 31-10-2014.
Eindhoven Kemphanen U17 vs Nijmegen Devils U17 d.d. 12-10-2013.
Tegen de opgelegde straf staat beroep open bij de Commissie van Beroep door binnen 14 dagen na uitspraak (d.d. 25-11-2013) van de Tuchtcommissie schriftelijk beroep aan te tekenen bij het Bondsbureau van de N.IJ.B., onder gelijktijdige storting van het vastrecht.

Inzake de opgelegde Match Penalty aan Coach R. Plamont - Nijmegen Devils U17 - wordt Coach     R. Plamont wegens verbaal wangedrag en het volharden daarin bestraft met een algeheel verbod om in enigerlei functie aan wedstrijden deel te nemen vanaf 12-10-2013 tot en met 12-12-2013.
Eindhoven Kemphanen U17 vs Nijmegen Devils U17 d.d. 12-10-2013.
Tegen de opgelegde straf staat beroep open bij de Commissie van Beroep door binnen 14 dagen na uitspraak (d.d. 25-11-2013) van de Tuchtcommissie schriftelijk beroep aan te tekenen bij het Bondsbureau van de N.IJ.B., onder gelijktijdige storting van het vastrecht.

Naar aanleiding van de opgelegde Match Penalty aan de speler L. Kluijtmans - Eindhoven Kemphanen U17 - is de Tuchtcommissie van oordeel dat standaardstraf van speler L. Kluijtmans volstaat.
Eindhoven Kemphanen U17 vs Nijmegen Devils U17 d.d. 12-10-2013.

In zake de opgelegde Game Misconduct Penalty aan Coach B. Fräser - SaniDump Dordrecht Lions - wordt Coach B. Fräser bestraft met een algeheel verbod om in enigerlei functie aan wedstrijden deel te nemen vanaf 03-11-2013 tot en met 03-02-2014.
NIJA Talent team vs SaniDump Dordrecht Lions d.d. 03-11-2013.
Tegen de opgelegde straf staat beroep open bij de Commissie van Beroep door binnen 14 dagen na uitspraak (d.d. 25-11-2013) van de Tuchtcommissie schriftelijk beroep aan te tekenen bij het Bondsbureau van de N.IJ.B., onder gelijktijdige storting van het vastrecht.

Uitspraak tuchtcommissie d.d. donderdag 26 september 2013

Geplaatst op 27-09-2013

Inzake de Match Penalty opgelegd aan de speler J.A.F. van Putten, 3X225, SSIJ Eindhoven Kemphanen, tijdens de vriendschappelijke wedstrijd SSIJ Eindhoven Kemphanen vs HYC Herentals 2 d.d. 14-09-2013 heeft de Tuchtcommissie vastgesteld, dat de speler zich schuldig heeft gemaakt aan fysiek en verbaal wangedrag jegens de scheidsrechter en de linesmen, zonder dat overigens is gebleken van pijn en/of letsel. De Tuchtcommissie is van oordeel, dat elke vorm van wangedrag jegens de arbitrage streng moet worden bestraft, zoals ook tot uitdrukking komt in de specifieke strafmaatbepalingen in het Tuchtreglement inzake overtredingen jegens scheidsrechters. Elke ijshockeyer moet zich ook realiseren, dat er zonder scheidsrechters geen ijshockey zal zijn. In casu heeft de tuchtcommissie uit de opstelling van de speler ter zitting de overtuiging gekregen, dat de kans op herhaling bij deze speler zeer gering is, reden om de speler te bestraffen met een verbod van 6 maanden om in enigerlei functie aan wedstrijden deel te nemen, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Tegen de opgelegde straf staat beroep open bij de Commissie van Beroep door binnen 14 dagen na uitspraak (d.d. 26-09-2013) van de Tuchtcommissie schriftelijk beroep aan te tekenen bij het bondsbureau van de NIJB, onder gelijktijdige storting van het vastrecht.

Uitspraak tuchtcommissie d.d. vrijdag 27 september 2013

Geplaatst op 27-09-2013

1. Inleiding
Bij speler is, in het kader van dopingcontrole, bij gelegenheid van een op 2 februari 2013 te Heerenveen gespeelde wedstrijd een urinemonster genomen.


Analyse van dat monster heeft (metabolismen van) amfetamine en cocaïne aangetoond. In verband daarmee is de speler op 6 maart 2013 door het Bondsbestuur geschorst, in afwachting van de zitting van de Tuchtcommissie inzake de hieruit voortvloeiende verdenking van overtreding van het Dopingreglement.


De speler heeft op 1 augustus 2013 een verweerschrift ingediend. Mede naar aanleiding daarvan heeft de Dopingautoriteit bij conclusie van 22 augustus 2013 zijn visie op de zaak gegeven.


Vervolgens is de zitting bepaald op 26 september 2013. Ter zitting waren aanwezig de speler en de door hem meegebrachte getuige, de Dopingautoriteit vertegenwoordigd heer Ram en mevrouw Idema, en de aanklager de heer Coesel.


De speler heeft ter zitting zijn verweer nader toegelicht, daarbij verwijzende naar de verklaring van de getuige. Verder heeft de getuige een aantal op schrift gestelde verklaringen meegebracht waarin zijn verweer en hijzelf worden gesteund.


Na de zitting is de uitspraak bepaald op heden.


2. Verweer

De speler heeft – verkort weergegeven - aangevoerd dat hij nimmer verdovende middelen gebruikt, en volledig op sport gefocust is. Hij heeft gereconstrueerd dat hij op een door de getuige georganiseerd feestje één van de door haar gerolde sigaretten moet hebben gerookt, waarin cocaïne, versneden met amfetamine, was verwerkt.


Dit verweer wordt ter zitting door de getuige onderschreven. De getuige beklemtoonde daarbij dat door haar en in haar vriendenkring weliswaar drugs worden gebruikt maar dat de speler daarvan afzijdig wordt gehouden. In verband hiermee betoogt de speler dat hij ook niet bedacht hoefde te zijn op de aanwezigheid van verdovende middelen in een door de getuige gerolde sigaret.


3. Beoordeling

De speler heeft geen contra-expertise aangevraagd, en de Tuchtcommissie ziet geen reden om aan de resultaten van bemonstering en analyse te twijfelen.


Cocaïne en amfetamine behoren tot de verboden stimulantia vermeld in onderdeel S6 onder a van de Dopinglijst. De Tuchtcommissie is dan ook van oordeel dat de speler het bepaalde in artikel 3 lid 1 van het Dopingreglement heeft overtreden. Ingevolge artikel 39, lid 1 van het Dopingreglement dient deze overtreding in beginsel te worden bestraft met een uitsluiting voor de duur van twee jaar.


Het Dopingreglement voorziet in een limitatief stelsel van strafmaatverweren. Aangezien de aangetroffen (metabolismen van) verdovende middelen ingevolge artikel 40 van het Dopingreglement jo categorie S6 sub a van de Dopinglijst zogenaamde niet-specifieke stoffen zijn, kan de speler voor strafvermindering slechts een beroep doen op het bepaalde in de artikelen 41 en 42, welke bepalingen, voor zover hier relevant, als volgt luiden:


Artikel 41 Geen schuld of nalatigheid

41.1. Er is geen sprake van schuld of nalatigheid indien de aangeslotene kan aantonen

dat hij niet wist of vermoedde, en zelfs met de grootst mogelijke voorzichtigheid

niet redelijkerwijs had kunnen weten of vermoeden, dat hij de verboden stof en/of

verboden methode had gebruikt, ingenomen of had toegediend gekregen.

41.2. Indien de sporter in een individueel geval kan aantonen dat de overtreding van

artikel 3 dan wel artikel 4 niet aan zijn schuld of nalatigheid te wijten is, vervalt

de toepasselijke periode van uitsluiting. In het geval van overtreding van artikel 3

geldt als aanvullende eis dat de sporter aantoont hoe de verboden stoffen en/of

verboden methoden in zijn lichaam terecht zijn gekomen.


Artikel 42 Geen aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid

42.1. Er is geen sprake van een aanmerkelijke mate van schuld of nalatigheid indien de

aangeslotene kan aantonen dat zijn schuld of nalatigheid, naar de

omstandigheden van het geval en, voor zover het overtredingen inzake artikel 3

betreft, rekening houdend met de criteria zoals genoemd in artikel 41.1 en artikel

41.2 niet significant was in relatie tot de overtreding van dit reglement.

42.2. Als een aangeslotene in een individueel geval met betrekking tot de in Titel II

genoemde overtredingen, uitgezonderd de overtreding van artikel 6, kan

aantonen dat van zijn kant geen sprake is van aanmerkelijke mate van schuld of

nalatigheid, kan de periode van uitsluiting worden verkort, doch nooit minder zijn

dan de helft van de in artikel 39 bedoelde standaard periode van uitsluiting. Voor

toepassing van dit lid in dopingzaken betreffende artikel 3 geldt dat de sporter

moet aantonen hoe de verboden stoffen en/of verboden methoden in zijn lichaam

zijn terecht gekomen.


De Tuchtcommissie is van oordeel dat de speler artikel 41 van het Dopingreglement niet met succes kan inroepen. Indien de speler de grootst mogelijke voorzichtigheid had betracht die door deze bepaling wordt geëist, dan had hij niet een door een ander gerolde en voor een feestje klaargelegde sigaret gerookt.


De Tuchtcommissie is van oordeel dat geen sprake is van aanmerkelijke schuld of nalatigheid bij de speler. De speler is goed bevriend met de getuige en moet tenminste een zekere bekendheid hebben gehad met gebruik van verdovende middelen bij gelegenheid van feestjes door haar en haar vriendenkring. Mede op grond van de door de speler overgelegde verklaringen en de verklaring van de getuige komt de Tuchtcommissie evenwel tot het oordeel dat de speler zelf geen gebruiker is. Gegeven de wijze van gebruik als beschreven door de getuige is het dan voor een niet-gebruiker minder gemakkelijk om abusievelijk gebruik te voorkomen. Hoewel hij zeker alerter had kunnen zijn, treft hem geen aanmerkelijke schuld of nalatigheid.


Deze overwegingen brengen de Tuchtcommissie tot de slotsom dat de speler een beroep toekomt op de strafverminderingsgrond van artikel 42 lid 2 van het Dopingreglement, zodat de Tuchtcommissie een strafmaat heeft te bepalen gelegen tussen een uitsluiting van één jaar tot een uitsluiting van twee jaar.


De Tuchtcommissie is van oordeel dat een uitsluiting tot 30 juni 2014 passend is binnen de systematiek van het Dopingreglement.


4. Beslissing

De Tuchtcommissie legt speler de sanctie op van uitsluiting tot 30 juni 2014.


Tegen de opgelegde straf staat beroep open bij de Commissie van Beroep door binnen 14 dagen na uitspraak (d.d. 27-09-2013) van de Tuchtcommissie schriftelijk beroep aan te tekenen bij het bondsbureau van de NIJB, onder gelijktijdige storting van het vastrecht.

Uitspraak tuchtcommissie inzake speler Vols d.d. 9 mei 2012

Geplaatst op 10-05-2012

1. Beschuldiging
Speler Vols wordt ervan beschuldigd dat hij op 4 maart 2012, tijdens een niet aangemelde wedstrijd, speler De Voogd met de stick in het gezicht heeft geslagen, waardoor speler De Voogd serieus letsel aan gebit en kaak zou hebben opgelopen.

2. Procedure
De zaak van speler Vols is op 15 maart 2012 door het bondsbestuur voorgelegd aan de tuchtcommissie. Na een initiële behandeling op 21 maart 2012 heeft de behandeling van de zaak plaatsgehad op de zitting van 9 mei 2012. Ter zitting was aanwezig de speler en waren voorts aanwezig zijn ouders en zijn raadsman, die namens en te zijnen behoeve het woord hebben gevoerd.

Na de behandeling ter zitting heeft de tuchtcommissie (buiten aanwezigheid van de aanklager) beraadslaagd.

3. Bevoegdheid
Namens de speler is de onbevoegdheid van de tuchtcommissie ingeroepen, kort gezegd, omdat de wedstrijd die op 4 maart 2012 plaatsvond een niet-aangemelde wedstrijd betrof en de speler zich ter zake van die wedstrijd niet aan het tuchtrecht  van de NIJB zou hebben onderworpen.

Dat verweer wordt verworpen.

Aan de rechtspraak van de NIJB zijn ingevolge artikel 23 lid 1, laatste zinsdeel van de Statuten, onderworpen “de eigen leden c.q. aangeslotenen van de leden van de bond.” Speler Vols is lid van IJshockeyvereniging Amstel Tijgers, welke vereniging lid is van de NIJB. Speler Vols behoort aldus tot de aan tuchtrechtspraak van de NIJB onderworpen natuurlijke personen.

Deze onderwerping aan de tuchtrechtspraak is geen rechtshandeling die steeds weer opnieuw gedaan zou moeten worden, bijvoorbeeld bij gelegenheid van een individuele wedstrijd, training of anderszins. Elk speler die lid is van een ijshockeyvereniging of aangesloten is bij een stichting in welk kader de ijshockeysport wordt beoefend, is aan de tuchtrechtspraak onderworpen indien deze vereniging of deze stichting lid is van de NIJB, zoals hier het geval is. Onderwerping aan de tuchtrechtspraak vindt m.a.w. plaats door verwerving van het lidmaatschap van de betreffende ijshockeyclub.

Ingevolge artikel 23, lid 2 is de tuchtcommissie van de NIJB bevoegd aan de tuchtrechtspraak onderworpen personen te bestraffen met de straffen als beschreven in het Tuchtreglement. Deze bevoegdheid tot bestraffing dient zich ingevolge dit artikel 23, lid 2 aan, wanneer sprake is van overtreding van het bepaalde in artikel 23, lid 1 sub b, dus bij “handelen of nalaten in strijd met de statuten, reglementen, wedstrijdbepalingen en/of besluiten van de bond of handelen of nalaten waardoor de belangen van de bond of van de ijshockeysport worden geschaad.”

Deze jurisdictie is niet beperkt tot wedstrijden of andere evenementen die onder auspiciën van de NIJB worden georganiseerd. In dat verband verdienen twee aspecten aandacht:

·    In de eerste plaats hebben de betreffende regels uit het sportreglement niet de strekking de bevoegdheid van de tuchtrechtspraak te beperken, maar willen deze regels m.n. het ordelijke verloop van wedstrijden bevorderen en daartoe de NIJB-autoriteiten invloed geven op de organisatie van die wedstrijden en op de gang van zaken van die wedstrijden. Niet-naleving van die regels – bijvoorbeeld het niet (tijdig) aanmelden van een wedstrijd - bewerkstelligt dan ook niet dat de NIJB en de NIJB-tuchtrechtspraak geen verenigingsrechtelijke jurisdictie zouden hebben, maar is onder omstandigheden integendeel een tuchtrechtelijk strafbaar feit.

·    In de tweede plaats kan ook buiten ijshockeywedstrijden sprake zijn van handelingen die naar de maatstaven van het tuchtrecht van de NIJB strafbaar zijn. De statuten noemen in dit verband “handelen of nalaten (…) waardoor de belangen van de bond of van de ijshockeysport worden geschaad”. Dergelijk handelen of nalaten kan zich ook buiten een wedstrijd afspelen.

De tuchtcommissie acht zich dus bevoegd om de door het bondsbestuur voorgelegde zaak tegen  speler Vols te onderzoeken en in voorkomend geval een straf op te leggen.

4. Verweer
Namens de speler is aangevoerd dat in casu een onafhankelijk onderzoek had moeten worden gedaan door de NIJB, en dat de aanklager zulks niet heeft gedaan, omdat de aanklager kort na het voorval al een strafadvies gaf en eerst nadien nader onderzoek deed. Voorts is er op gewezen dat de speler door de aanklager werd geschorst in afwachting van de tuchtzaak, waartoe de aanklager evenwel niet bevoegd is.

Inzake die verweren overweegt de tuchtcommissie dat de procedure zoals die door en ten overstaan van de Tuchtcommissie wordt gevoerd er een op tegenspraak is, waarin alle relevante feiten in voldoende mate naar voren kunnen komen. De reglementen van de NIJB schrijven geen aanvullend onderzoek voor, en ook overigens ziet de tuchtcommissie in casu geen reden om een aanvullend onderzoek te bevelen.

Het verweer dat de aanklager niet bevoegd is spelers te schorsen is gegrond. De tuchtcommissie zal in de overwegingen inzake de strafmaat nader ingaan op dit punt.

Namens de speler is verder het volgende (verkort weergegeven) verweer gevoerd, dat de bestraffing aanmerkelijk lager zou dienen te zijn dan de door de aanklager voorgestelde straf van levenslange schorsing, omdat:

- de speler zeer veel spijt van het voorval heeft;

- in casu werd gespeeld zonder de regels van het sportreglement na te leven en zonder dat van de inzet van een gekwalificeerde scheidsrechter is gebleken;

- de wedstrijd tussen qua leeftijd en ervaring zeer ongelijke teams werd gespeeld, wat frustratie in de hand heeft gewerkt;

- dat om die reden van verschillende zijde ook al eerder was aangedrongen op het staken van de wedstrijd;

- dat de spelregels inconsequent werden toegepast waardoor normoverschrijdend gedrag werd bevorderd;

- dat voorkomen moet worden dat zo een jonge getalenteerde speler nooit meer ijshockey kan spelen;

- dat niet blijkt dat de onderhavige tuchtrechtelijke vervolging door speler De Voogd is geïnitieerd;

- dat er geen redenen zijn om voor recidive te vrezen, en dat in verband daarmee een overwegend of uitsluitend voorwaardelijke straf de voorkeur zou verdienen;

- dat met het oog op eventuele herhaling de speler psychologische bijstand heeft gezocht.

5. Bewezenverklaring en kwalificatie
De tuchtcommissie komt op grond van de voorliggende stukken – waaronder foto’s van het slachtoffer – en op grond van een ter zitting van 9 mei 2012 vertoonde DVD – tot de slotsom, dat speler Vols daadwerkelijk speler De Voogd met zijn stickblad in het gezicht heeft geslagen, waardoor speler De Voogd serieus letsel aan gebit en kaak opliep.

Deze bewezen verklaarde handeling kwalificeert de tuchtcommissie als een gekwalificeerde slashing (spelregel 537 sub b) èn, vanwege de ernst van het feit en de impact die dat op de reputatie van het ijshockey kan hebben, als een handelen waardoor de belangen van de bond of van de ijshockeysport worden geschaad (artikel 23, lid 1 sub b van de Statuten).

6. Strafmaat
De tuchtcommissie beschouwt de vastgestelde overtreding als een zeer ernstig feit. In het veleden, bij volwassen spelers, zijn dergelijke overtredingen wel bestraft met levenslange schorsing, aangezien zulke overtredingen eenvoudigweg uit het ijshockey uitgebannen behoren te worden.

De namens de speler aangevoerde verweren geven de tuchtcommissie ook niet zonder meer reden om van een zware straf af te zien. De tuchtcommissie is niet in staat de feitelijke gegrondheid van al die verweren tot in detail te onderzoeken, en in verband daarmee neemt de tuchtcommissie voor de beoordeling van de zaak van speler Vols aan dat die verweren feitelijke grondslag hebben. Tegelijkertijd stelt de tuchtcommissie vast:
(i) dat de teamgenoten van de speler aan dezelfde spelomstandigheden blootgesteld waren, maar dat van vergelijkbare overtredingen niets blijkt;
(ii) het in het ijshockey met regelmaat voorkomt dat wedstrijden geleid moeten worden door jonge en onervaren scheidsrechters, en dat ook dan overtredingen als de onderhavige vrijwel nooit voorkomen.

Hoewel het opgeworpen verweer inzake de wedstrijdomstandigheden naar het oordeel van de tuchtcommissie dus niet geheel zonder merites is en ook aan de strafmaat zal bijdragen, kunnen deze de conclusie van een geheel voorwaardelijke straf zeker niet dragen.

Ditzelfde geldt voor de door de aanklager uitgesproken schorsing. Inhoudelijk was voor deze tijdelijke schorsing in de aanloop naar de zitting – hoewel uiteraard onbevoegd - niet zonder merites. De tuchtcommissie kan hieraan  in het kader van de strafmaat slechts weinig gewicht toekennen.

Tenslotte is ook het feit dat niet is gebleken van initiatieven van het slachtoffer voor de onderhavige vervolging niet van betekenis. Nog daargelaten dat klaarblijkelijk wel strafrechtelijk aangifte is gedaan en het slachtoffer dan wel degelijk van oordeel is dat het feit strafwaardig is, komt het vervolgingsoordeel in casu (ook) aan het bondsbestuur toe, dat op goede gronden vervolging opportuun kon oordelen.

Waar de tuchtcommissie veel gewicht aan toekent zijn de volgende omstandigheden:

(i) de leeftijd van de speler (14 jaar);
(ii) zijn strafverleden, waarin geen ernstige overtredingen voorkomen;
(iii) de aangetoonde inspanningen van de speler en zijn ouders om herhaling te voorkomen;
(iv) de aannemelijke inspanningen van de speler en zijn ouders om op een goede manier contact met het slachtoffer te zoeken.

Ter zitting heeft de moeder van de speler nog opgemerkt dat haar zoon vanwege zijn gedrag tot het onderhavige voorval – in en buiten het ijshockey – juist een heel goede scheidsrechter zou kunnen zijn. Hierop wordt hierna teruggekomen.

7. Dictum
De tuchtcommissie heeft besloten speler Vols te bestraffen met een algeheel verbod om in welke hoedanigheid dan ook aan wedstrijden deel te nemen voor de duur van drie jaar, waarvan twee jaar voorwaardelijk, zulks met een proeftijd van twee jaar, welke proeftijd een aanvang neemt na ommekomst van het onvoorwaardelijke deel van deze schorsing.

Voorts legt de tuchtcommissie aan de speler de maatregel op, dat hij de scheidsrechtersopleiding dient te volgen. Indien zijn club c.q. de scheidsrechterscommissie na het volgen van die opleiding de speler als scheidsrechter zou willen inzetten, is zulks toegestaan, en voor dat geval geldt aldus een uitzondering op de hierboven opgelegde schorsing.